Vergeet de Wetstraat, Silicon Valley is het politieke epicentrum

Deze blogpost komt uit de Revue van Freek Evers
De afbeelding van
Pieter Van Eenoge komt uit het essay van Rogier De Langhe dat hij schreef voor De Morgen.

Ik bouw in zekere zin verder op de brief van vorige week. Mocht de inhoud van vorige week al wat verwaterd zijn: hier kan je alles opfrissen. 💦

Een gepersonaliseerde 👤 vs. Een brede 👥👥 opleiding

Vorige week eindigde ik de nieuwsbrief met wat denkstof dankzij een citaat van RoboVision CEO Jonathan Berte

“Vandaag moet je geluk hebben om de juiste leerkracht te ontmoeten die je weet uit te dagen, dankzij artificiële intelligentie sluit je die toevalligheid uit en heeft iedereen dezelfde kansen en evenveel geluk.”

Jonathan gelooft als geen ander in onderwijsprogramma’s op maat die het beste uit elk kind halen. Hij ergert zich mateloos aan het feit dat we onze kinderen vandaag volproppen met overbodige kennis. Kennis die binnenkort in de vorm van artificiële intelligentie uit onze muren komt, net zo vlot als elektriciteit.

Wie geen leerkracht is of geen pedagogische achtergrond heeft (zoals ik), is geneigd snel mee te gaan in dat verhaal: “Gepersonaliseerd onderwijs, we zijn er al lang over aan het palaveren, dankzij technologie kunnen we er ook eindelijk aan beginnen.”

Tot ik deze week naar de nieuwste aflevering van de Gent M-podcast How Life Works met pedagoog Pedro De Bruyckere luisterde. Hij heeft het niet over de disruptie van het onderwijs, zoals je Jonathans kijk zou kunnen omschrijven, maar over het disruptief effect van onderwijs. Twee keer dat verschrikkelijk woord ‘disruptie’ (oeps daar doe ik het opnieuw) in een zin, maar qua betekenis een wereld van verschil.

Hij wijst erop hoe een brede, algemene opleiding - hoe frustrerend die soms kan aanvoelen voor kinderen en hun ouders - net voor het nodige kader zorgt om in de toekomst flexibel te kunnen zijn. En is dat niet net wat steeds meer van ons verwacht wordt?

Iets later verwijst hij ook naar de filosofe Hannah Arendt. Ik plak hieronder een paragraaf uit een blogpost die Pedro in 2016 publiceerde:

Hannah Arendt stelde dat onderwijs per definitie conservatief moet zijn, omdat een van de taken van het onderwijs is datgene door te geven aan de volgende generatie wat we als samenleving belangrijk vinden. Maar dit is slechts een deel van het verhaal. Onderwijs moet dit namelijk doen met een heel specifieke reden: opdat de volgende generatie zijn eigen keuzes kan maken wat te bewaren en wat weg te laten. We geven mee opdat de volgende generaties verdere progressie kunnen maken, zonder per se het wiel opnieuw uit te vinden.

Vraag mij morgen nu nog eens hoe ik vind dat de toekomst van onderwijs er moet uitzien? Ik sta sowieso met een mond vol tanden. Toch mooi, zo'n genuanceerde wereld. 💩

Gelukkig is er Stijn Fockedey, die publiceerde deze week een duidelijk stuk over hoe de klas er binnen tien jaar kan uitzien. En ja, er komen sensoren en artificiële intelligentie (AI) aan te pas. En neen, we moeten daar niet per se schrik voor hebben.

Oja, 🎧 hier 🎧  kan je het integrale gesprek met FredoStijn & Pedro beluisteren. 

📼 Tussendoortje: de gevaren van AI, een nuance

Je zou haast denken dat ik heb nagedacht over de structuur van deze nieuwsbrief. Ik moet je teleurstellen. Dat het volgende filmpje mooi aansluit op de laatste zin van het vorige stukje is puur toeval.

Mocht je brein nog niet volgestouwd zitten met de toekomst van onderwijs, raad ik je dit filmpje van MinutePhysics aan. De mythes en feiten over de gevaren van artificiële intelligentie worden in 4:13 minuten ontsloten. (Via Olivier) Hoe handig!

De natiestaat 🇧🇪 of het platform 📱

Facebook of Google als ideale vervangers van de verzorgingsstaat: ik heb het thema in deze nieuwsbrief al een aantal keren aangeraakt. Hier bijvoorbeeld, en hier, helemaal onderaan. Het thema was deze week opnieuw heel actueel.

Steeds meer mensen beginnen zich vragen te stellen over de macht die advertentiebedrijven Google, Facebook en bij uitbreiding Amazon verzamelen. Zo ook Nick Srnicek, die vorige week een opiniestuk publiceerde bij The Guardian met de alleszeggende titel ’We moeten Google, Facebook en Amazon nationaliseren, en wel hierom’ (tekst in het Engels). 

Srnicek is bang dat een handvol techplatformen de infrastructuur van de 21ste eeuw in handen zullen hebben en dat zij meer dan wie ook de wet zullen dicteren. En dat heeft allemaal te maken met dat moeilijk te vatten begrip: het netwerkeffect:

  1. Hoe meer mensen Google of Facebook gebruiken
  2. Hoe meer data we met z'n allen genereren
  3. Hoe beter Google en Facebook hun platformen kunnen maken
  4. We proberen daar een stokje voor te steken met boetes en straffe opinies.
  5. Maar dat baat niet, ga terug naar 1.

Met als gevolg: ook al wil je de platformen opsplitsen om hun monopolies te breken, dat lukt niet. Jij en ik gaan geen 6 Facebookachtige profielen onderhouden als iedereen op het originele netwerk zit en waarom zou je een slechte zoekmachine gebruiken als er een betere is? Uit principe misschien? Zo zijn er mensen, maar veel te weinig.

Wat moeten we dan wel met die gigantische platformen? Een vraag waar niemand echt raad mee weet, behalve Rogier De Langhe: “Laten we ons gewoon voorbereiden op wat komen zal. Google en Facebook zijn de software-updates van wat de natiestaten ooit zijn geweest.”

Tot voor kort waren natiestaten zelf het beste voorbeeld van een platform. Zo creëren natiestaten bijvoorbeeld de spelregels van onze maatschappij zoals eigendomsrechten en verkeersregels, waarna spelers zoals burgers en bedrijven het spel kunnen spelen. Het is daarom geen toeval dat alle bezorgdheden die nu over de grote digitale platforms worden geuit, evengoed van toepassing zijn op de natiestaat. Ook natiestaten hebben een lange geschiedenis van het opleggen, verdedigen en zelfs uitbreiden van hun monopolie, hetzij op de uitgifte van geld, het openen of afsluiten van markten, het uitoefenen van geweld en het maken van wetten. Homogene bubbels creëerden ze niet door passief te filteren maar nog veel agressiever, door zelf homogeniteit op te leggen via media en onderwijs. We maken ons zorgen over onze privacy die we op het internet te grabbel gooien, maar staan onze data gedachteloos af aan de natiestaat. Waarom vertrouwen we natiestaten wel en digitale platforms niet?

Het antwoord op die laatste vraag ligt in de lijn met wat jij op dit moment denkt: omdat het potverdikke bedrijven zijn die enkel en alleen gericht zijn op winst maken. Wanneer heb jij Google of Facebook al eens aan het algemeen belang weten te denken in plaats van aan hun eigen portefeuille? Ook dat probeert Rogier te counteren:

Op een of andere manier hebben natiestaten ons ervan overtuigd dat ze ons belang dienen. Democratische legitimiteit, zeg maar. Welnu, mijn stelling is dat het veel makkelijker is voor digitale platforms om zulke democratische legitimiteit te verwerven, dan voor klassieke natiestaten om plots te transformeren in een digitaal platform.

Het is moeilijk te geloven dat een natiestaat met een schuldenberg waarmee een normaal bedrijf allang failliet zou zijn, en een beslissingsstructuur die zelfs kleine maatregelen die ze zelf creëerde niet kan afschaffen - zoals de ecocheque - erin zou slagen om het soort revolutionaire transformatie van verticale hiërarchie naar horizontaal platform te maken

Zelfs heel rijke en efficiënte bedrijven hebben het zeer moeilijk met digitale transformatie en verliezen het van platforms die van onderuit in het nieuwe paradigma zijn opgebouwd, zoals Facebook en Google in de mediasector of Amazon in de distributie. Omgekeerd: niets doet vermoeden dat ook in het verwerven van die democratische legitimiteit platforms niet superieur kunnen zijn. Het potentieel van digitale platforms voor het verwerven van democratische legitimiteit is veel groter dan momenteel al wordt benut.

Vooraleer je je uitschrijft voor deze nieuwsbrief en naar je scherm begint te tieren: “Freek, ben jij nu ook al zo'n dataïst die denkt dat bedrijven uit Silicon Valley onze problemen komen oplossen?” Neen, niet bepaald. Ik vind het geen slechte houding om zowel overheden als technologieplatformen tot een bepaalde hoogte niet te vertrouwen. Hoe die twee zich tot elkaar verhouden, daar ben ik nog lang niet uit. 

Ik houd graag alle opties open en zou het fantastisch vinden mocht dit soort discussies niet enkel in een essay in De Morgen aan bod komen, maar ook in De Zevende Dag bijvoorbeeld. Jaja, dat bestaat nog.

Ik kan in volgende edities nog eens dieper op de discussie ingaan, maar dat zou deze nieuwsbrief - die nu al te lang is om goed te zijn - te ver drijven. Ik deel hieronder een paar links, mocht je toch meteen verder willen lezen.

  • 👾 Rogier ziet een leven onder Google dus wel zitten. 👓 Lees hier 👓
     
  • 🕵️ Maar dan zal Google wel met kritiek moeten leren omgaan. Censuur is geen optie. 👓 Lees hier 👓
     
  • 🏴 Het dataïsme waar Rogiers essay naar neigt, heeft heel wat zwarte kantjes. 👓 Lees hier 👓
     
  • 🔫 Maarten Schinkel schreef ook over de ‘roofbarronnen’ van de 21ste eeuw. 👓 Lees hier 👓
     
  • 🤔 Ook Sanne van der Beek legt in haar nieuwsbrief van zaterdag een aantal interessante linken. 👓 Lees hier 👓
     
  • 🤑 The Observer verbond gisteren alle bovenstaande puntjes in het stuk ’Vergeet Wall Street, Sillicon Valley is de nieuwe politieke kracht in Washington’. De tech sector investeerde twee keer zoveel lobbygeld als de bankensector om het Amerikaanse politieke epicentrum Washington te beïnvloeden. 👓 Lees hier 👓
     
  • 🎯 Tot slot is er de uitstekende podcastaflevering van De Technoloog 'Google in de gloria’ waarin Henk Van Ess een aantal heel zinnige dingen zegt over uitdagingen voor Google zelf. 🎧 Luister hier 🎧
 

Lees meer...

Schrijf je in op de wekelijkse mailings van Freek Evers.