Nabeschouwing bij #GentM 33 over economische togetherness

Flashback naar vorig jaar, december 2014: Fredo tweet dat hij een aflevering van ‘De Zevende Dag’ gezien heeft over innovatie en economie met o.a. Claire Tillekaerts in het panel. In dat debat halen de gasten de WK-marketingcampagne van de Rode Duivels aan, wat Fredo intrigerend vond. Vooral de combinatie tussen de verbondenheid tussen supporters en de economische waarde ervan valt op.

Tijdens de brainstorms over de nieuwe Gent M reeks lag deze avond dan ook als één van de eerste vast. We zouden onderzoeken hoe verbinding gecreëerd kan worden op economisch vlak. Door haar aanwezigheid in het panel en haar functie als topvrouw bij Flanders Investment & Trade (FIT) kwam Claire Tillekaerts meteen in het vizier en was ze de eerste gast op de shortlist.

Flash forward naar afgelopen dinsdag. Al van bij de eerste vragen die Fredo stelt, wordt duidelijk dat Claire Tillekaerts een enorm sterke persoonlijkheid is. Ze steekt van wal met een stortvloed aan cijfers en feiten over onze Vlaamse economie en de realisaties van FIT. Zonder meer indrukwekkende cijfers, die aantonen dat we best fier mogen zijn op onze economie, en onze troeven gerust meer in de verf mogen zetten. Dat blijkt namelijk een van de grote zwaktes van Vlamingen te zijn: we zijn niet fier genoeg op onze producten en kennis. Wist je bijvoorbeeld dat we wereldwijde koplopers zijn op vlak van bio- en nanotech? Dat we met Materialise dé referentie op vlak van 3D-printing hebben? En dat onze universiteiten op internationaal niveau meespelen? Ook onze logistiek, onze zeer hoge productiviteit en – het moet gezegd – onze tax incentives zijn zeer interessant voor buitenlandse investeerders. Maar we zijn er niet goed in om ons zelf in de markt te zetten en hebben een agency als FIT echt nodig.

"Maar FIT is in essentie toch een netwerkorganisatie?”, wou Fredo weten. Claire beaamde: “De hoofdbezigheid van FIT is inderdaad het opbouwen van een netwerk.” In eerste instantie doen ze dat tussen de vele eigen internationale kantoren en medewerkers van FIT zelf, maar uiteraard is de hoofdzaak het opbouwen van een zo breed mogelijk netwerk tussen Vlaamse en buitenlandse bedrijven. Want dat is de core business van FIT: een nauwe vertrouwensband smeden tussen twee partners, met als doel het afsluiten van een contract of samenwerkingsverband.

Claire legde heel nauwkeurig uit hoe haar teams te werk gaan in het bouwen van zo’n netwerk. De eerste vereiste is het tonen van respect. Zonder wederzijds respect is het onmogelijk om een vertrouwensband op te bouwen die kan leiden tot een interessante samenwerking. Het is van essentieel belang om in het land waar je te gast bent de lokale cultuur te respecteren. En omgekeerd verwacht ze hetzelfde van buitenlandse partners op bezoek in ons land. Alhoewel ze politieke uitspraken en standpunten normaal gezien vermijdt, werd ze toch even persoonlijk: "Ik zou nooit naar Saoedi-Arabië kunnen gaan wegens het totale gebrek aan respect voor vrouwen daar. Zelfs in een officiële functie worden vrouwen er niet gerespecteerd." Knap statement van de topvrouw van FIT, die hiermee heel duidelijk aangaf dat zonder wederzijds respect een deal onmogelijk is.

Eenmaal de eerste contacten gelegd zijn, is het kwestie van heel voorzichtig, en stap voor stap een vertrouwensband op te bouwen. Soms lukt dit op één à twee jaar, maar in andere gevallen duurt het soms tien jaar of meer vooraleer het vertrouwen groot genoeg is om een contract te kunnen afsluiten. Discretie en geduld blijken essentieel te zijn in de gesprekken, onderhandelingen en officiële bezoeken. Zonder 100% discretie riskeert een deal voortijdig afgebroken te worden, en dan is al het werk voorgoed verloren.

Respect, en geduldig opbouwen van vertrouwen. Het bleken de keywords te zijn van het gesprek met Claire. Dat kwam heel mooi naar boven toen ze de vergelijking maakte tussen de functie van haar man en haar eigen job. Haar echtgenoot, Dirk Brossé, is componist en dirigent bij verschillende internationale orkesten. Een muzikant die in eerste instantie vooral gevoelsmatig met muziek omgaat en zichzelf helemaal opsluit in zijn eigen cocon tijdens het componeren. “Maar”, zegt ze, “als Dirk gastdirigent is bij een buitenlands orkest, gaat hij eigenlijk op dezelfde manier als mij te werk. Hij moet respect hebben voor de muzikanten, die hij niet kent, en iedereen zijn ding laten doen. Hij laat hen elk apart bijdragen tot het geheel. Dirk dirigeert en zorgt ervoor dat alle muzikanten samenspelen en in totaliteit het stuk beter maken. En dat doe ik ook bij FIT. Ik laat het team spelen en beslissen. Ik sta als manager midden in de beweging, we gaan samen voor hetzelfde doel, allemaal op hetzelfde niveau.”

Het was op dát moment, tijdens de vergelijking tussen de job van haar man en die van haar, dat ze de kern aanraakte van togetherness. Respect tonen, vertrouwen hebben in mensen, samen werken aan het zelfde doel op het zelfde niveau. Het zijn de gemeenschappelijke kenmerken in de manier van werken tussen de dirigent en de zakenvrouw. Elk in hun heel eigen wereld zijn ze tot de vaststelling gekomen dat die eigenschappen essentiële voorwaarden zijn om verbinding te kunnen creëren.

Haar stelling was vooral opvallend omdat twee weken eerder, tijdens de eerste Gent M met Frank Van Massenhove en Benjamin Rieder  we heel gelijkaardige visies hadden gehoord. “Geef mensen ruimte om te werken, durf loslaten en vertrouwen op mensen, geloof in mensen.” Het is in essentie dezelfde benadering die toegepast wordt, echter toch in heel uiteenlopende domeinen. De visie blijkt echter te werken in een sociale context, op puur zakelijk vlak en in een muzikale omgeving. Dat doet vermoeden dat daar toch al een eerste sleutel ligt om ons dichter te brengen bij de mechanismen achter de creatie van togetherness.

Benieuwd welke inzichten de volgende weken ons zullen brengen.

- Door Tim Roggeman (@timroggeman)