Maar wat hebben we nu geleerd op Gent M?

Afgelopen dinsdag was alweer de (voorlopig?) laatste Gent M van dit jaar. Wat Gent M is, hoe ik er terecht gekomen ben, en wat er zo leuk aan is, beschreef ik in een vorige blogpost. Kort samengevat organiseren we een reeks gesprekken over een centraal thema, nauw gelinkt aan technologie en creativiteit.

Het thema van de afgelopen reeks was togetherness. Verbinding dus. We zouden op zoek gaan naar wat mensen samen brengt, hen verbindt met mekaar en welke rol digitale technologie hierin speelt. Zorgt de digitale revolutie er voor dat verbinding creëren moeilijker wordt en dat we vereenzamen? Of helpt de technologie ons net vooruit? Zoiets dus. Ongeveer.

Tijdens de voorbereidingen bleek meteen dat Fredo geen eenvoudig thema had voorgesteld. Wie zijn interessante gasten om uit te nodigen? Wat hebben ze te vertellen en hoe kunnen ze ons helpen in onze zoektocht? En hoe leg je het thema uit aan het publiek? Het waren essentiële vragen waar we mee worstelden. Maar we besloten om het er toch op te wagen, en slaagden er in een programma samen te stellen. Het aftellen naar de start van de reeks kon beginnen...

Samen met de bezoekers verwierven we week na week meer inzichten in hoe verbinding ontstaat, groeit en zelfs gecultiveerd kan worden. Al klinkt dat wat negatief, want het hele proces is toch vooral een positief verhaal en een positieve beleving geworden. Voor positivo’s of optimisten dus. Of voor techno-hippies, zoals Fredo het zelf zou omschrijven.

Van Frank van Massenhove en Benjamin Rieder kregen we op de eerste avond meteen de absolute basisvoorwaarde mee om verbinding te kunnen ontwikkelen: toon respect voor je omgeving. Beiden hebben ze hun organisatie gebouwd op basis van respect voor hun werknemers. Voor àl hun werknemers. Zonder waardering voor de andere kan je geen band smeden. Klinkt evident, maar in de praktijk blijken toch enorm veel mensen daar moeite mee te hebben. In je vriendenkring, op het werk, thuis, bij de buren: de voorbeelden zijn legio van personen die een ander niet weten te waarderen. En dus is het geen evidentie, maar wel degelijk een basisvoorwaarde. Een basisvoorwaarde om een vertrouwensband te kunnen opbouwen.

Want dat is de volgende stap: het creëren van een vertrouwensband door duurzaam en oprecht te respecteren. Een band waarbij personen blindelings op mekaar kunnen vertrouwen, en op mekaar kunnen rekenen. Benjamin Rieder gaf als voorbeeld dat hij in zijn regionale afdelingen de managerfuncties geschrapt heeft. Hij heeft geen managers meer nodig om zijn fietskoeriers te controleren, want het rechtstreeks vertrouwen tussen de koeriers en de CEO is meer dan groot genoeg, zelfs al ontmoeten ze mekaar niet veel. Claire Tillekaerts vertelde dan weer dat het maken van internationale handelsovereenkomsten eveneens volledig gebaseerd is op het opbouwen van een vertrouwensband. Stap voor stap wordt de samenwerking tussen de nieuwe handelspartners uitgebouwd en verduurzaamd, tot het contract bezegeld wordt met een handtekening. Een traject dat soms tot tien jaar kan duren. Het zijn heel mooie voorbeelden van hoe belangrijk de vertrouwensband in een werk- of samenwerkingsomgeving kan zijn. Iets wat heel regelmatig zwaar onderschat wordt.

Dan wordt het belangrijk om een gemeenschappelijk doel te definiëren: de ‘common goal’. Hakim Zemni en Tom De Ruyck vertelden hoe belangrijk dat is voor hun Consumer Consulting Boards. De boards hebben als doel om consumenten op een heel intensieve manier feedback te laten geven over producten van een bedrijf. Ze doen dat via een geheime Facebookgroep. Binnen een duidelijk gedefinieerd kader van waarden en normen zetten ze de consumenten aan om na te denken over betere producten voor de fabrikant. Samen bouwen de groepsleden mee aan innovatieve ideeën, en schrijven ze mee het verhaal van het bedrijf. Ze bepalen mee waar het bedrijf voor staat en hoe het bedrijf zich in de markt zet. Pure storytelling dus.

Dat is bovendien exact wat Hannes Couvreur ons leerde. In zijn TRMOAS-sessies laat hij onbekenden iets vertellen tegen mekaar en laat hij de aanwezigen samen een verhaal schrijven. De verplichte eerste zin (‘That reminds me of a story …’) zorgt ervoor dat de drempel om iets persoonlijks te vertellen wegvalt. Mensen voelen zich sneller comfortabel bij mekaar, en voelen zich verbonden met mekaar. Ze vertellen dingen die ze eigenlijk voor zichzelf wilden houden, maar nu toch heel bewust delen met de andere aanwezigen. Het vertellen van een verhaal wordt een bindende factor en creëert een gemeenschappelijke band.

Interessant was ook om te leren hoe technologie fungeert als facilitator in dat hele proces. Bij de Consumer Consulting Boards was de rol van Facebook duidelijk. Het is de tool die het mogelijk maakt om een divers publiek in het geheim met mekaar te laten communiceren. Het was echter Steven Van Belleghem die heel duidelijk de rol van technologie als facilitator kaderde. Hij maakte de vergelijking tussen de industriële en de digitale revolutie. De industriële revolutie betekende voor de mens vooral de bevrijding van zijn fysieke beperkingen. Door machines te ontwikkelen werd een heel aantal fysieke taken van de mens overgenomen, en kreeg die ineens veel meer tijd voor andere, veel leukere dingen. Terwijl vòòr de revolutie de dagen volledig gevuld waren met taken en werkjes, kreeg de mens ineens Vrije Tijd. Tijd om zelf te kiezen wat je doet.

De huidige digitale revolutie is de volgende stap hierin. Ze betekent de bevrijding van onze mentale beperkingen. Taken die we als mens niet aankunnen of onvoldoende nauwkeurig doen, worden nu uitgevoerd door computers. Ze nemen op hun beurt ook een heel pak werk van ons over, en zullen er voor zorgen dat we nog meer tijd krijgen voor onszelf, ons gezin en onze vrienden. Technologie maakt ons leven gemakkelijker, geeft ons ademruimte en zorgt er voor dat we tijd krijgen om contacten te leggen en te onderhouden. En dus verbinding te creëren.

Een heel belangrijke factor is echter ook de mentaliteit van de betrokkenen. Wim De Waele en Bart Becks konden niet genoeg benadrukken dat ongebreideld optimisme essentieel is in het hele proces. Een ‘Can Do’-mentaliteit, ongeremd geloof in wat je wil bereiken. Wim De Waele omschreef het als een ‘Tribal Feeling’, een interessante term die goed aangeeft dat je er niet alleen voor staat. Samen kunnen we veel meer realiseren dan elk individu apart zou kunnen. En ook al lukt uiteindelijk niet alles wat we proberen, het is essentieel om te blijven geloven en te blijven vechten voor wat we willen bereiken. Positive thinking dus.

Eindresultaat van het hele togetherness-proces is fierheid en engagement. Fierheid op de realisaties van de volledige groep en engagement om dat te blijven doen. Claire Tillekaerts haalde het al aan: we mogen best fier zijn op de dingen die we samen verwezenlijken, ook al zijn Vlamingen daar niet altijd goed in. Frank Van Massenhove zag op zijn beurt het engagement bij zijn werknemers enorm toenemen door de hervormingen die hij doorvoerde. Het werd een motor voor verdere innovaties. Zelfde verhaal bij Benjamin Rieder, die zelfs zijn businessmodel initieel puur op basis van engagement ontwikkelde. Het blijkt de return on investment te zijn van het hele proces: trotse en betrokken mensen in je bedrijf of omgeving.

 

Het lijkt wel alsof we het hele proces in een heel eenvoudig schema zouden kunnen gieten. Ik was even aan het twijfelen om een soort M-vormig diagram te maken, met daarin allerlei parameters verwerkt. Een beetje zoals je wel eens tegenkomt in een of andere opleiding. De togetherness-flowchart of zoiets. Ik besloot uiteindelijk om het toch niet te doen. Want het diagram zou te beperkend zijn en de indruk wekken dat het hele proces volledig meetbaar en definieerbaar is. Maar togetherness laat zich niet samenvatten, daarvoor is de menselijke factor in dit hele verhaal te groot. We kunnen alleen maar proberen om het hele proces zo goed mogelijk te begrijpen, zodat we er kunnen uit leren. Want ik geloof dat het net dat is wat togetherness zo mooi maakt.

- Tim Roggeman (@TimRoggeman)